Achtbaan

LONDON, 7 August. Dat heb ik vandaag minstens tien keer in ons olympische ‘Info Content Management System’ moeten invoeren. Gevolgd door mooie quotes van kanoërs en kayakers. Maar of dat betekent dat ik me bewust ben van vandaag? Nauwelijks. De afgelopen anderhalve maand is voorbij gevlogen. Op 22 juni ben ik op Heathrow uit het vliegtuig gestapt, klaar voor een olympische uitdaging als reporter voor de nieuwsdienst. Ik was in de volste overtuiging dat ik een mooi dagboek bij zou houden. Elke week een nieuwe update op mijn website. Maar het is een achtbaan geweest met een handvol verhuizingen, nieuwe vrienden, een verjaardag in Londen en veel heen en weer geren. Maar het is een van de mooiste achtbanen die er is.

Het is moeilijk te bevatten dat het al weer bijna voorbij is. Over vijf dagen is het 12 augustus, de dag van de sluitingsceremonie. En de dag erna vlieg ik alweer naar huis – voor zover ik Den Haag thuis kan noemen. Ik heb altijd al geroepen dat ik niet zo van grote steden hield. Ik was niet zo van de drukte, van het massale gevoel. Maar ik ben Londen gaan waarderen. Misschien ben ik een handje geholpen door de drie weken op Mile End Road in het oosten van de stad, de drie dagen in het havengebied in het luxe hotel Aloft, de twee dagen in het gemêleerde Bethnal Green, en vervolgens de relatieve rust in Bloomsbury. En de vele ritjes in de metro naar alle uithoeken van de stad. Zoals de Engelsen zo mooi zeggen: London has grown on me.

De eerste dagen was het wennen. Samen met talloze andere reporters, sportspecialisten, en overige medewerkers van de Spelen zat ik in een gloednieuwe studentenflat in het oosten van de stad. Met een doos vol Ikea-spullen onder mijn arm en een koffer vol kleren voelde ik me een eerstejaars, geïsoleerd van de rest van de wereld, op zoek naar nieuwe vriendjes die interesses met mij deelden. De eerste paar dagen bestonden dan ook voornamelijk uit het rondkijken, begrijpen in welke situatie ik was beland, en het vinden van de weg in het olympische circus. Elke dag met de metro naar Stratford, inchecken via de beveiliging en dan door het olympische park op weg naar het ‘Main Press Centre’.

We kregen trainingen waarin ons werd uitgelegd wat onze rol was. Wat voor vragen stel je wel en niet? Welke onderwerpen snijd je aan? Wie zijn je collega’s? En er werd ons vooral aangemoedigd om nu nog te genieten. Nu kon het nog, nu was er nog tijd. Vanaf een bepaald moment was het gedaan met de vrije dagen en gedaan met de nachtrust. Vandaar dat we ook geregeld leuke dingen zijn gaan doen. Samen het EK voetbal kijken in lokale kroegen. Met een groepje een nobele poging doen om te gaan hardlopen – iets dat vanzelfsprekend maar één keer gebeurd is. Naar Clapham Central om de broer van Ray te zien optreden in een Ierse pub en vervolgens met z’n allen ‘Seven Drunken Nights’ meeblèren. Restaurantjes in het centrum uitproberen – met of zonder hulp van de Lonely Planet van Australische Duitser Thomas. Eindeloos zingen over de Ierse voetballer Gary Breen, het onbegrepen genie dat een doelpunt scoorde tegen Saoedi-Arabië in 2002. Op een vrije dag genieten van het tijdelijke verblijf in hotel Aloft door aan het zwembad te bivakkeren. Naar de late voorstelling van The Dark Knight Rises. De eerste paar weken waren, met andere woorden, een fijne tijd.

Ik weet nog dat ik dacht dat het vast zo zou blijven. Hard werken overdag en ‘s avonds samen genieten van Londen. De Olympische Spelen was toch geen monster, maar juist een fantastische ervaring? Nu weet ik inmiddels wel beter. Vanaf 16 juli begon de trein op snelheid te komen. Steeds vaker om vijf uur ‘s ochtends op, zeker tijdens het roeitoernooi vaak om negen uur ‘s avonds pas thuis en dan nog moeten avondeten – als dat al lukte. Je rent heen en weer tussen de mixed zones, hoopt door je kennis van zaken en je relatie met de toproei(st)ers van deze wereld wat meer dan ‘ik heb zin in de volgende wedstrijd’ uit hun mond te krijgen – als ze überhaupt al komen praten. Je vloekt binnensmonds als de Amerikaanse damesacht stilzwijgend langsloopt omdat ze nu eenmaal van de coach hun mond moeten houden (en je vloekt nog harder als ze later klagen dat er zo weinig over ze geschreven wordt in de media). Het merendeel van de wedstrijden mis je, want je bent een quote van een roeier of coach aan het uitwerken zodat de journalisten in de zaal die kunnen gebruiken voor hun publicaties. Je rent heen en weer tussen de lunchroom of schuift een broodje naar binnen omdat er verder geen tijd is. Je hebt aan het einde van de dag geen puf meer. En dan nog hadden we met roeien nog relaxte dagen. Toen ik een week geleden midden in de nacht mijn was aan het doen was – je moet wel, je hebt maar twee versies van het shirt dat je dagelijks aan moet trekken – kwam een basketbal-collega terug. Het was half drie ‘s nachts. En de volgende ochtend om negen uur begon zijn dag weer.

Dat was mijn situatie de afgelopen weken. Ik deed geen roeicommentaar, zoals veel mensen dachten. En mijn stukjes waren ook niet te lezen op een website, zoals mensen hoopten. Ik werkte geheel anoniem, op de achtergrond. De enige manier waarop journalisten mij konden herkennen was aan mijn initialen. In het rijtje met medewerkers die aan het stukje hadden geschreven stond piepklein ‘mj’. Maar wisten zij veel dat dit stond voor Michiel Jonkman. Het had net zo goed Marc James kunnen zijn, of Michael Jackson. Het maakte ze niet uit. Het enige waar de journalisten naar kijken is de content; is de quote interessant genoeg om te gebruiken? Of is het de zoveelste roeier of roeister die aangeeft voor de medailles te gaan, zo blij is met het enthousiaste publiek en alles zo goed geregeld vindt?

Voor ons was het elke ochtend een vast ritueel om te kijken hoeveel van ons materiaal gepubliceerd was. Onze teamleader, Joanne, zocht braaf het internet af naar nieuwsberichten, printte ze uit en hing ze aan onze ‘Wall of Fame’ om aan te geven wie welke quote waar gepubliceerd had gekregen. De Washington Post, de Toronto Star, de BBC, CNN – ze hangen er allemaal. En dan zijn de meeste buitenlandse nieuwsdiensten niet eens meegenomen. Wie weet hoe vaak Noorse, Duitse, Griekse of Iraanse kranten onze quotes hebben gebruikt. Onze ‘Wall of Fame’ was goed gevuld. Printjes, met de citaten gemarkeerd met een gele merkstift en de initialen in het rood ernaast. Toen mijn quote over Olaf Tufte (“There’s no point in having a Porsche if you don’t know how to drive it”) op CNN terecht kwam had ik voor het eerst het idee dat mijn rol inderdaad essentieel was. Zonder mijn connectie met Olaf had niemand die quote gekregen. Het klinkt kazig, maar het zijn die momenten die het allemaal waard maken.

Een van onze paradepaardjes intern waren de ‘Quotes of the Day’. Alle pareltjes werden door de eindredacteuren in Londen verzameld en op een lijstje gezet. Voor het roeiteam was het zaak om elke dag in die lijst terecht te komen en ik denk eerlijk gezegd dat er geen dag voorbij is gegaan zonder dat we er in hebben gestaan. Wat heet: Tycho Muda en Rianne Sigmond hebben er ook een steentje aan bijgedragen met hun opmerkingen over de simpliciteit van het toernooi (“ik moet gewoon elke wedstrijd van vijf ploegen winnen”) of de eetwensen (“ik heb de hele week al zin in pizza, maar nu even niet”). En de inmiddels legendarische ‘Hamadou the Hippo’, de skiffeur uit Niger die door het Engelse publiek werd omarmd en luid werd toegejuichd? Wij hadden de eerste quotes van hem. Achteraf ben ik erg blij dat ik de weken voorafgaand aan de Spelen mijn Frans wat bijgespijkerd heb.

Het is een achtbaan geweest. Er is zo veel gebeurd dat ik de tijd sinds 22 juni geen enkele eer kan aandoen. Wie weet dat ik de komende dagen, weken en maanden wat ga benutten om wat meer zaken te publiceren. Maar eerst nog genieten van de laatste paar dagen als medewerker van ONS – the Olympic News Service. Nog een paar dagen de plastic schoenen en kleren aan, rondsjouwen in een hesje met een accreditatie om je nek. Genieten van de kano- en kayaksprint, waar veel meer ruimte is om even op adem te komen en rond te kijken. Gelukkig – anders had ik vandaag de gouden oefening van Epke Zonderland moeten missen. Geheel in stijl met die exercitie kan ik zeggen dat ook voor mij de salto’s en schroeven achter de rug zijn. Vanaf nu is het alleen nog maar genieten. Over vier jaar is het pas weer raak. En dan ben ik er zeker weer bij – in welke hoedanigheid dan ook.

Voeg de permalink van dit bericht toe aan je favorieten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>