Ik was er al voor gewaarschuwd. Een van mijn collega-commentatoren bij wereldroeibond FISA vertelde me naar aanleiding van het Europees kampioenschap van 2011 dat Plovdiv een bijzondere ervaring was. Het kleine dorpje in Bulgarije is deze dagen het toneel van het WK roeien voor senioren en junioren. Alle niet-olympische bootklassen worden samen met alle mogelijke juniorenvelden van start naar finish geschoten. Het levert een interessante mix op. Maar de meest interessante ervaringen zijn evenwel niet op het water, maar daarbuiten te vinden. Hoewel ik wel op wat vreemde zaken voorbereid was, zijn hier in twee dagen toch al genoeg bijzondere dingen gebeurd.
Het moet gezegd dat ik in Londen natuurlijk verwend ben. Alles was geregeld, de lunch was – ondanks de klachten bij sommigen van mijn collega’s – prima te noemen en de accommodatie was ondanks het vele gereis zeker niet slecht. Met slechts een halve dag thuis na Londen is het moeilijk om de vergelijking met de Olympische Spelen achterwege te laten. Maar een miljoenenstad in Engeland en een stoffig dorpje in het midden van het Bulgaarse platteland is natuurlijk een verschil van dag en nacht. En de organisatie hier is typisch oost-Europees. Vriendelijk, welwillend, maar tegelijkertijd niet begrijpend. Want Engels, dat is soms een brug te ver.
Eigenlijk is dat dan ook hetgeen ik het meeste mis uit Engeland. Het gemak waarmee je op iedereen af kunt stappen en zonder problemen een gesprek kunt aanknopen. Zelfs de meeste atleten – op de niet-reagerende Chinezen na – hadden wel half mondje Engels klaar. En was het niet dat, dan lukte het nog wel in het Frans, Duits, steenkolen-Italiaans of die ene halve zin Russisch die ik te pas en te onpas uitgekraamd heb in Londen. Hier helpt geen van dit alles. Frans en Duits is zo mogelijk nog onbekender dan Engels, en Russisch is een gevaarlijke taal hier. Het heeft iets te maken met het verleden, schijnbaar.
De taalbarrière betekent echter niet dat het hier niet gezellig is. Het is simpelweg lekker chaotisch. Anders. Even wennen. Het perscentrum werd vanmorgen van het slot gedraaid toen er al tig ongeduldige fotografen, journalisten en FISA-personeelsleden op de stoep stonden te wachten. Mijn chauffeur, die slechts een half mondje Engels spreekt, viel tot twee keer toe bijna in slaap toen we aan het wachten waren op de volgende race en toverde toen maar een jerrycan met Red Bull tevoorschijn om wakker te blijven. Het hotel waar we zitten zit in de middle of nowhere en draagt de toch opvallend Grieks-aandoende naam Philippopolis. Er zitten twee restaurantjes in de buurt – eentje weggestopt onder een fitnessclub, en de ander zit vlak naast het lokale pompstation. Voor wie dan een groezelig cafeetje met een verschoten hamburger verwacht zit goed mis. Het is een vrije hippe, trendy Italiaan, met een prima menukaart (echt!), goedkope cocktails en een DJ die quasi-live minimal house draait op de achtergrond. De serveersters spreken dan weer nauwelijks Engels, dat dan weer wel.
Naast de roeibaan – een mooie sloot met water met een heleboel vissen erin – staat een vervallen stadion wat schijnbaar een van de meest imposante sportstadia van de regio is. De politie, die in groten getale langs de boorden van het meer op wacht staat, heeft soms zo weinig te doen dat ze maar op een bankje gaan zitten om een van de lokale zwerfkatten te amuseren (echt gebeurd!). Maar o wee als je als buitenstaander vriendelijke knikt naar de diender in kwestie. Voor je het weet staart hij je de rest van het toernooi wantrouwend aan, is hij bang dat die gekke, licht zongebruinde slungel met het iets te grote FISA-poloshirt hem maar een schlemiel vindt.
Plovdiv is met andere woorden een wonderlijke wereld. De komende vijf dagen brengen ongetwijfeld nieuwe avonturen. Gezien het verloop van de afgelopen twee dagen zou het me niks verbazen als we over drie dagen opeens op konijnen aan het jagen zijn in de bergen rondom de stad of dat mijn chauffeur aan het einde van de rit een bekende Bulgaarse zanger blijkt te zijn. Ik zou er werkelijk waar niet van opkijken.